Voorlichting prenataal onderzoek

Tijdens je zwangerschap kan je kiezen om een prenataal onderzoek te doen. Bijvoorbeeld naar hoe groot de kans is dat je kindje het down-, edwards- en/of patausyndroom heeft. Dit heet de NIPT.

De NIPT

NIPT staat voor niet-invasieve prenatale test. De NIPT is een bloedonderzoek dat je tijdens jouw zwangerschap kunt laten doen. Het bloed wordt getest op de aanwezigheid van het downsyndroom, het edwardssyndroom en het patausyndroom bij je ongeboren kind. De NIPT is een screeningstest voor aanstaande ouders die graag willen weten of hun kind één van deze drie chromosomale afwijkingen heeft.

Het onderzoek

De NIPT kun je doen vanaf dat je 11 weken zwanger bent. We nemen bloed af en onderzoeken dit in het laboratorium. In het bloed van de moeder is ook erfelijk materiaal van het kind aanwezig. In het bloed testen we op de aanwezigheid van het downsyndroom, het edwardssyndroom en het patausyndroom bij je ongeboren kind.

Counselingsgesprek

Voor beide onderzoeken geldt dat er eerst een counselingsgesprek plaatsvindt. In dit gesprek ontvang je voorlichting over de mogelijkheden, zodat jij een weloverwogen beslissing kunt nemen of je je wel of niet laat onderzoeken. Ben je al onder controle bij een verloskundige? Dan kan je bij hen terecht voor een counselingsgesprek. Ben je onder controle bij de gynaecoloog? Dan kan je bij Sicht terecht.

De uitslag

Je ontvangt de uitslag binnen 10 werkdagen. Bij een ‘niet-afwijkende’ uitslag hoef je geen vervolgonderzoek te doen. Bij minder dan 1 op de 1000 zwangerschappen met deze uitslag is er toch sprake van één van de aandoeningen.

Bij een afwijkende uitslag kun je er voor de zekerheid voor kiezen om een vervolgonderzoek te doen. Ongeveer 90% van de vrouwen met een afwijkende uitslag zijn echt zwanger van een kind met het downsyndroom. Voor het edwardssyndroom en patausyndroom geldt dat respectievelijk voor 90% en 50% van de vrouwen met een afwijkende uitslag.